Gedrag- en hygieneregels

 

1. Iedereen heeft  respect voor elkaar. Judoka’s gedragen zich niet alleen  in de dojo hiernaar, maar ook daarbuiten. Dit betekent niet alleen aardig zijn voor elkaar, maar  ook  accepteren  dat  iedereen  anders  is,  in  uiterlijk,  in  gedrag en in achtergrond.

2. Leerlingen worden altijd met de voornaam aangesproken, soms in combinatie met de achternaam. Niemand krijgt een bijnaam of wordt alleen met  de  achternaam aangesproken.

3. Een leraar (m/v) mag altijd met “meester”, “juffrouw” of  “sensei” worden  aangesproken. Leraren worden uit  respect  tijdens de  les nimmer met de  voornaam aangesproken.

4. Van de leerlingen wordt verwacht dat zij tijdens de les geconcentreerd zijn.  Dit  zowel uit  respect voor  de  sensei  als  om  blessures  en  ongelukken  te  voorkomen. Tijdens de uitleg in de les mag de leerling op knieën of billen  (kleermakerszit) gaan zitten of (stil) blijven staan. Op de buik/rug liggen  of op de  ellebogen hangen mag bij voorbaat niet. Slapen en/of luieren doe  je thuis.

5. Rei (=groeten)

Het staande groeten (= ritsu-rei) voor elkaar door middel van buigen betekent  in Japan hetzelfde als bij ons het begroeten door middel van handen  schudden.  Met  het  geknield  groeten  (=  za-rei) wordt  nog meer  eerbied  getoond  en  is meestal onderdeel van  een uitgebreidere ceremonie. Deze  vorm van groeten  kent geen westerse tegenhanger.

De momenten van ritsu-rei:

a. Als een judoka (in kimono) de dojo binnenkomt of verlaat.

b. Als een judoka te laat is en het gezamenlijk groeten al is gebeurd. De judoka gaat naar de sensei toe en groet de sensei en deze groet terug.  Ditzelfde gebeurt   als een judoka eerder de les moet verlaten.

c. De trainingspartners groeten elkaar voordat ze beginnen met trainen  en als ze klaar zijn met trainen. Dit gebeurt ook als er tijdens de training wordt  gewisseld van partner.

d. Aan het begin en aan het eind van een randori tachi-waza (= staande  oefenpartij).

Momenten van za-rei:

a. Aan het begin en aan het eind van de les. De sensei en de leerlingen  begroeten elkaar.

b. Aan het begin en aan het eind van een randori ne-waza (=oefenpartij  op de grond).

6. De judoka’s vallen tijdens het lesuur onder de verantwoordelijkheid van de  leraar. Ze zijn voor het uur dat ze les hebben van de leraar.  Wij begrijpen de  betrokkenheid van ouders, maar geef uw kinderen voor  het uur dat ze les hebben over aan de leraar. Wij doelen hier niet alleen op  het beschermen van het  eigen kind, het corrigeren van fouten  tijdens het  trainen/oefenen,  maar ook het vermanen bij het doen van iets dat niet mag.  Laat al deze zaken over aan de  leraar.

Uiteraard gaat dit niet op als de veiligheid van uw kind acuut  in gevaar  komt, in dat geval heeft elke ouder het recht om in te grijpen. Wij zullen er  alles aan  doen om de veiligheid van de kinderen boven alles te stellen en  verwachten dat dit dilemma niet aan de orde zal zijn.

7. Gebeuren er zaken waar u het niet mee eens bent spreek de leraar er na de  les of voor de volgende les op aan of maak een afspraak. Doe dit vooral niet  tijdens de  es, dit verstoort niet alleen de les, maar is ook niet altijd leuk  voor het kind zelf. Als er een afspraak wordt gemaakt kan er ook worden  gezorgd voor de  nodige privacy rond een gesprek, dit is tussen de lessen  door niet mogelijk. U kunt eventueel ook een bestuurslid aanspreken als dit  uw voorkeur heeft.

8. Veiligheid en hygiëne zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de  vereniging, de leraar, de ouders en de judoka’s zelf. Alle betrokken moeten  hier  actief aan meewerken. Dit kunnen de  judoka’s  (en hun ouders) zelf  doen:

a. Altijd met schone handen en voeten op de mat komen. In de zomer  wil de jeugd nog wel eens tot kort voor de lessen buiten spelen. Handen  en voeten worden  dan vies, niet  erg, maar was  ze wel voor de  les. Natuurlijk is deze regel van toepassing op het hele lichaam, maar handen en voeten zijn wel het  belangrijkst.

b. Altijd  met  kort  geknipte  nagels  judoën.  Lange  nagels  zijn  niet  toegestaan, omdat:

I. Met lange nagels een trainingspartner of tegenstander kan worden verwond.

II. Ze  een  gevaar  zijn  voor  de  judoka  zelf  zijn;  afgerukte/ingescheurde nagels zijn niet denkbeeldig en vrij pijnlijk.

III. Je met  lange nagels  je  tegenstander niet goed kan vastpakken. Hierdoor heb je grotere kans zich dat ze afrukken of inscheuren.

c. Alle sieraden (zoals horloge, ketting, ringen, oorbellen en piercings)  moeten af, ook oorknoppen waarvoor net gaatjes zijn geprikt. Denk  hieraan  voordat  je   gaat  judoën.  Het  is  overigens  verstandiger  om  waardevolle spullen en geld thuis te laten.

d. Geen hoofddoeken, petjes of andere lichaamsbedekkingen waarachter  men kan blijven haken.

e. Geen harde voorwerpen dragen tijdens de les. Ook geen bril. Bij de  uitleg van worpen kan, in overleg met de leraar, de bril worden gedragen.

f. Geen kralen in het haar of metalen of andere harde haarspelden. Indien  je  lang haar hebt, zorg dan dat  je haar met een haarband of  in  een staart/vlecht  vastgezet wordt. Gebruik hiervoor alleen materiaal  zonder metalen stripjes of ander hard spul.

g. Geen scheenbeschermers.

h. Geen braces of ander hulpmiddelen gebruiken waar harde voorwerpen in zijn verwerkt.

i. Bij voorkeur geen gel in je haar en zeker geen verf (alleen op de carnavalsles toegestaan) die afgeeft op de judopakken.

j. Altijd een schoon pak zonder scheuren. In scheuren van judokleding  kunnen vingers en tenen blijven hangen en het staat zo raar.

k. Trek het judopak pas aan in de kleedkamer. Dit ivm de kans op vervuiling van het judopak buiten de judozaal.

l. Altijd slippers/sokken aan, van en naar de mat, anders wordt het vuil  van de vloer op de mat gebracht. Het is verboden om op blote voeten  van de mat af te  gaan.

m. Geef blessures altijd voor de les aan bij de leraar. Ook blessures die  niet door het judoën zijn ontstaan.

n. Ook even aangeven als er zaken zijn gebeurd, die mogelijk een effect  hebben op gedrag en gemoedstoestand. De  leraar kan een kind dan  bijvoorbeeld  even   in de  luwte houden. Uiteraard  zullen deze  zaken  vertrouwelijk worden behandeld.

o. Tijdens de trainingsuren wordt niet gedronken.

p.Op het moment dat je eczeem hebt of een wrat op je voet, houdt dan  een schone sok aan op de judomat.

q.Als je open wondjes hebt, of wondjes die snel open gaan, zorg dan dat  deze met een pleister worden afgeplakt.

r. Meisjes moeten  een T-shirt  of  hemd  dragen  onder  de  kimono  (judojas),  jongens mogen dit niet. Dit T-shirt moet wit zijn en zonder  plaatjes of afbeelding  op de voorkant.

9. Kom op tijd op de les. Zorg dat je 5 minuten voordat de les begint in het  kleedlokaal bent. Er  is niets zo vervelend om als  laatste de  les binnen  te  komen. Of  erger nog… te laat.

10. Indien er door ziekte of een andere reden niet aan de training kan worden  deelgenomen, kan de judoka afgemeld worden via:

a. Het e-mail adres van de  judoclub:  info@zenshin.nl o.v.v. afmelding  met de datum erbij. Dit kan alleen tot een dag van te voren in verband  met het niet  tijdig lezen van de e-mail.

b. Een andere judoka/ouder/voogd tijdens de les bij de leraar.

c. Telefoon bij een van de bestuursleden.

Afmeldingen voor clubkampioenschappen en examens dienen te gebeuren  bij de leraar persoonlijk. Andere vormen van afmelden worden niet geaccepteerd.

11. Ga voor de les naar het toilet. Het tijdens de les naar het toilet gaan verstoort de les.

12. Judopakken zijn bij voorkeur wit. In uitzonderlijke situaties kan de sensei  toestaan om een blauw judopak tijdens de les te dragen. Ook de lengte van  het  pak is van belang ivm het struikelgevaar, etc. Advies in deze bij de leraar in te winnen. Het embleem dient evenals de slippen op de band rondom  vastgenaaid  te zijn.

13. De desbetreffende leraar zal toezien op bovenstaande gedragsregels. Deze  gedragsregels  zijn dan ook  ter  interpretatie van de  leraar. Hij of  zij kan  hiervan  afwijken mits  daarvoor  een  goede  reden  aan  ten  grondslag  ligt.  Bij vragen of onduidelijkheden  raadpleeg  altijd de desbetreffende  leraar  ter  plaatse.